Wat is de verjaringstermijn van een factuur of vordering?

Wat is de verjaringstermijn van een factuur of vordering voor zakelijke klanten en voor consumenten? De Zaak zet het op een rij.

Een factuur of vordering verjaart en is dus niet eeuwig incasseerbaar. De verjaringstermijn voor zakelijke klanten is in principe vijf jaar. Dit geldt ook voor facturen aan consumenten als het om diensten gaat. Bij verkoop van een product aan een consument verjaart de factuur al na twee jaar.

Verjaringstermijn vordering of factuur

Het recht om betaling van een factuur of andere vordering te eisen, is zoals gezegd niet eeuwigdurend. Reden hiervoor is dat na verloop van tijd de precieze situatie toen de overeenkomst werd aangegaan en uitgevoerd, moeilijk te achterhalen is. Het bewijs wordt meestal na enkele jaren weggegooid. Bovendien wil de wetgever een debiteur beschermen tegen vorderingen die hij niet meer hoefde te verwachten.

Zakelijke klanten

In het Burgerlijk Wetboek staat daarom een aantal bepalingen over verjaring. De hoofdregel is een verjaringstermijn van 20 jaar. Je kunt daarna niet meer naar de rechter stappen om betaling te eisen.

Uitzonderingen

De wet kent, zoals wel vaker, uitzonderingen op deze regel. Bij zakelijke klanten bijvoorbeeld, verjaart een factuur of vordering 5 jaar nadat hij opeisbaar is geworden, ofwel: na de betalingstermijn. In de regel is dat 14 of 30 dagen na de factuurdatum.

Afhankelijk van wat er met de klant is overeengekomen, kan de verjaringstermijn echter ook korter of juist langer dan 5 jaar zijn. Verder gelden in het buitenland vaak andere verjaringstermijnen dan in Nederland.

Consumenten

Bij consumentenkoop – een koopovereenkomst tussen een professionele verkoper en een particuliere koper – ligt het anders. Er wordt namelijk verschil gemaakt tussen de aanschaf van producten en diensten.

De verjaringstermijn is 2 jaar bij producten. Het gaat hierbij om consumptiegoederen, zoals levensmiddelen en wasmachines, maar ook gas en elektra.

De verjaringstermijn is 5 jaar bij diensten. Denk aan een reis boeken, een verzekering afsluiten, een lening aangaan, tandarts/huisartsbezoek.

Let op: als een kredietovereenkomst ‘voldoende verbonden’ is met de consumentenkoop, bijvoorbeeld bij het kopen van een auto, dan geldt ook daarvoor de verkorte verjaringstermijn.

De zin en onzin van het gebruikelijk loon van de DGA

Als een directeur-grootaandeelhouder (DGA) werkzaamheden voor zijn BV verricht, moet hij rekening houden met het gebruikelijk loon. Bij de keuze voor de rechtsvorm is dat een belangrijk aspect. Ondernemen via de BV levert voor veel ondernemers met een beperkte winst een fors hogere belastingdruk op dan ondernemen via de eenmanszaak. In de praktijk merk ik dat er vaak standpunten worden ingenomen over het gebruikelijk loon, die onjuist zijn. Zo wordt er vaak gezegd dat het gebruikelijk loon € 45.000 moet bedragen. Dat klopt niet. Hierna ga ik in op wat er nu wel en niet klopt ten aanzien van het gebruikelijk loon.

Artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964 over het gebruikelijk loon zegt het volgende:

Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, wordt het in het kalenderjaar van dat lichaam genoten loon ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  2. het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam, bedoeld in de aanhef, of met het lichaam verbonden lichamen;
  3. € 45.000.

Als het gebruikelijk loon op jaarbasis lager is dan € 5.000, hoeft er geen loon uitbetaald te worden.