Winkeliers zijn lokale belastingen beu

Detailhandel Nederland heeft becijferd dat de OZB-afdracht voor winkeliers sinds de gemeenteraadsverkiezingen in ​2014 in 77% van de gemeenten is verhoogd met meer dan de inflatie. De brancheorganisatie vindt de druk van de lokale belastingen hoog oplopen en pleit voor het afschaffen van de precario- en reclamebelasting.

In 152 gemeenten is de OZB-heffing de laatste jaren met minstens 10% verhoogd. In Groningen betalen winkeliers gemiddeld het meest aan OZB: € 3.474. Texel heeft het laagste tarief: € 509. In combinatie met de belasting voor naamborden, lichtbakken, luifels en uitstallingen lopen de lasten hoog op, vindt Detailhandel Nederland. “Deze belastingen zijn niet uit te leggen, leiden tot ergernis onder winkeliers en zijn tijdrovend om te controleren. Veel beter zou het zijn om het onderwerp reclame te regelen via een reclamenota, reclamerichtlijnen of het instellen van een bedrijveninvesteringszone.’
Secretaris Dolf Kloosterziel stelt dat voor een reclamebord soms al honderden euro’s per jaar moet worden betaald. “Dit is natuurlijk niet meer van deze tijd. Reclameborden, luifels en uitstallingen zijn onderdeel van het hebben van een winkel. Aangezien een grote stad als Amsterdam al is gestopt met de reclamebelasting, hebben andere steden geen excuus meer om dat voorbeeld niet te volgen.”

Afschaffen

De reclame- en precariobelasting zou volledig moeten worden afgeschaft, vindt Kloosterziel. Hij hoopt dat het nieuwe kabinet daar werk van gaat maken. “Het maximale ozb-tarief zou meer moeten meebewegen met het economisch tij. Daarnaast kan de plaatselijke politiek natuurlijk ook zelf maatregelen nemen door de belastingverordeningen aan te passen. De komende gemeenteraadsverkiezingen bieden hiervoor de uitgelezen kans. Gemeenteraadsleden kunnen een verbeterd belastingbeleid onderdeel maken van de nieuwe coalitieakkoorden die volgend jaar worden gesloten.”

Voor nutsbedrijven wordt de precariobelasting voor het gebruiken van gemeentegrond per 1 juli afgeschaft.

Voor zomerreces meer helderheid over opschorting wet DBA

Staatssecretaris Wiebes van Financiën wil voor het zomerreces helderheid geven over de opschorting van de wet DBA. Dat heeft hij donderdag de Tweede Kamer laten weten in de Derde rapportage DBA.

De handhaving van de wet DBA is uitgesteld tot in ieder geval 1 januari 2018. Huurt een opdrachtgever een ZZP’er in en constateert de Belastingdienst achteraf dat er sprake is van loondienst? Dan legt de dienst over de periode tot in ieder geval 1 januari 2018 geen naheffingen, boetes en correctieverplichtingen opleggen, behalve bij evidente kwaadwillenden.

Kwaadwillenden

De Belastingdienst heeft tien opdrachtgevers in het vizier die mogelijk onder de noemer kwaadwillend vallen. Voor een aantal van die opdrachtgevers geldt dat zij in de periode dat de VAR nog van toepassing was hun werkzaamheden zodanig hadden ingericht dat er feitelijk sprake was van een dienstbetrekking tussen hen en de opdrachtnemers. Door de vrijwarende werking van de VAR heeft de Belastingdienst in die situaties destijds niet kunnen handhaven, zo schrijft Wiebes. De fiscus voert een feitenonderzoek uit, onder andere om vast te stellen of deze opdrachtgevers hun werkwijze inmiddels hebben aangepast en zo niet of zij voldoen aan de definitie van kwaadwillende. Het betreft zowel opdrachtgevers die aan het werk zijn met enkele opdrachtnemers als opdrachtgevers met een groter aantal opdrachtnemers. Zodra hier stappen zijn gezet informeert Wiebes de Tweede Kamer hierover.

Criteria bepalen loondienst

Het kabinet bekijkt momenteel hoe onder andere de criteria ‘gezagsverhouding’ en ‘verplichting tot persoonlijke arbeid’ concreter of anders ingevuld kunnen worden. Deze criteria zijn belangrijk bij het bepalen of er sprake is van loondienst. Wiebes verwacht dat het rapport op korte termijn aan de informateur en de Tweede Kamer zal worden aangeboden.

publicatie BTW-nummer eenmanszaak is schending privacy

Eigenaren van eenmanszaken hebben een probleem als zij – zoals verplicht is – hun BTW-nummer openbaar maken op hun website. Dat is schending van de privacywetgeving, schrijft het Adviescollege toetsing regeldruk Actal in een advies aan minister Blok (Veiligheid en Justitie).

Ondernemingen moeten hun BTW-nummer bekendmaken op hun website. Maar bij eenmanszaken is dat nummer gebaseerd op het burgerservicenummer (BSN). “De verplichting tot openbaarmaking van het nummer betekent dus een verplichting tot openbaarmaking van het BSN. Dit lijkt niet in overeenstemming te zijn met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb)”, aldus Actal. Collegevoorzitter Jan ten Hoopen: “Op die manier staan de eenmanszaken voor een onoplosbaar dilemma: enerzijds verplicht de overheid ze om hun BTW-nummer en daarmee hun BSN openbaar te maken, en anderzijds raadt de overheid dat met klem af met het oog op identiteitsfraude.”

Uitzondering maken

Wat Actal betreft, zouden BTW-nummers niet moeten worden gebaseerd op het BSN. Maar: “Uit de gesprekken die Actal in het kader van dit advies heeft gevoerd, bleek dat dit problemen oplevert in de uitvoering. Actal adviseert eenmanszaken om gewoon uit te zonderen van de plicht. “Zo’n uitzondering maakt het nog steeds mogelijk om de onderneming achter de website te vinden, want dit kan immers ook op basis van andere informatie (zoals het KvK-nummer). En het BTW-nummer blijft beschikbaar voor de zakelijke relaties van de eenmanszaak, want dat staat op de factuur.”

‘Wet DBA drukt steeds zwaarder op zzp’ers’

Hoewel de handhaving van de Wet DBA is uitgesteld, zien steeds meer zelfstandigen opdrachtgevers afhaken. Dat concluderen Intelligence Group en zzp-expert Pierre Spaninks uit onderzoek.

In december heeft staatssecretaris Wiebes (Financiën) de handhaving van de nieuwe wet opgeschort omdat er veel onduidelijkheid bestond over modelovereenkomsten en de manier waarop de Belastingdienst zou gaan controleren. Intelligence Group en Spaninks bekeken in de groep van 400.000 zzp’ers die actief zijn op de zakelijke markt wat de gevolgen van de Wet DBA waren. Eind vorig jaar waren er van die groep 46.000 zelfstandigen (12%) die werk waren kwijtgeraakt. “Iets minder dan de helft (22.000) had alsnog aan de slag gekund via andere, niet-zelfstandige constructies. Iets meer dan de helft (24.000) had zelfs die mogelijkheid niet gekregen.”

Kwart zzp’ers raakt werk kwijt

Met het uitstel van de handhaving zou er weer lucht komen voor zzp’ers, was de verwachting. Maar de onderzoekers concluderen dat opdrachtgevers juist nog voorzichtiger zijn geworden: “Inmiddels zouden 99.000 (25%) van de betreffende 400.000 zzp’ers werk als zelfstandige zijn kwijtgeraakt, meer dan twee keer zo veel als eind vorig jaar.”
Van hen zouden er nog steeds 22.000 aan de slag kunnen met een uitzendovereenkomst of payroll-contract. “Het aantal zzp’ers dat het werk helemaal aan hun neus voorbij zag gaan, zou meer dan verdrievoudigd zijn en nu 77.000 bedragen.”

Spaninks vindt het een fiasco. “Staatssecretaris Wiebes heeft altijd gezegd dat alleen zogenaamde schijnzelfstandigen last zouden hebben van zijn wet. Maar bijna honderdduizend? Zo veel schijnzelfstandigen waren er helemaal niet. De nieuwe regels maken blijkbaar ook tienduizenden echte zelfstandigen het leven zuur, en jagen opdrachtgevers onnodig op kosten.” Spaninks pleit er dan ook voor dat het nieuwe kabinet een eind maakt aan de huidige situatie.