Wet DBA moet direct van tafel

Grote opdrachtgevers hebben geen enkel vertrouwen meer in de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Dat blijkt uit onderzoek van The Future Group in samenwerking met ondernemersorganisatie ONL onder ruim 400 grote opdrachtgevers.

Driekwart van de bedrijven geeft aan vooraf geen enkele zekerheid te hebben. Ruim 67% vindt de toetsingscriteria onwerkbaar. Veel bedrijven kiezen daarom liever voor payrollconstructies. De Wet DBA moet er via model- en maatwerkovereenkomsten voor zorgen dat de fiscus de onderlinge arbeidsrelatie beter kan controleren. Het is de bedoeling op die manier schijnzelfstandigheid aan te pakken. De wet pakt echter averechts uit. Opdrachtgevers kappen massaal met ZZP’ers omdat zij geen risico’s willen lopen.

Flater

Bart Timmer van The Future Group: ‘Het niet handhaven van de Wet DBA bevestigt de flater. Zelfs met een goedgekeurde modelovereenkomst durven sommige klanten het niet meer aan om zelfstandig professionals in te huren. Grote opdrachtgevers grijpen dan liever naar payrollconstructies. Er moet nu snel een oplossing komen.’ ONL en The Future Group roepen op de Wet DBA definitief van tafel te vegen en hebben een voorstel richting de formerende partijen gestuurd. Daarin staan de keuze van werkenden en het gericht aanpakken van schijnzelfstandigheid centraal. Volgens ONL en Future Groupt gaat het om ‘een juridisch goed onderbouwd voorstel, tot stand gekomen in overleg met juristen en academici. De keuze van werkenden en het gericht aanpakken van schijnzelfstandigheid staan hierin centraal’.

Inschrijving

Iedereen die zichzelf inschrijft als ondernemer en ervoor kiest om niet als werknemer te werken, krijgt geen problemen met de Belastingdienst. Bij schijnzelfstandigheid is dit anders. De Belastingdienst gaat gericht handhaven indien er geconcurreerd wordt op arbeidsvoorwaarden, door het afpakken van sociale zekerheden of onderbetaling. Duidelijke criteria zorgen ervoor dat de Belastingdienst gericht kan optreden. Tegelijkertijd hebben opdrachtgevers en ZZP’ers die zich aan de regels houden niets te vrezen.

Wetswijziging

Het voorstel vergt volgens de indieners een relatief eenvoudige wetswijziging. In de Wet op de Loonbelasting 1964 wordt opgenomen wanneer opdrachtgevers niet inhoudingsplichtig zijn voor sociale premies en heffingen. De keuze van werkenden is hierbij leidend. Ook komt er een wettelijke bepaling waarmee schijnzelfstandigheid gericht wordt aangepakt. ‘Het blijven opschorten van de Wet DBA helpt niet, er moet nu een definitieve oplossing komen. Zzp’ers en opdrachtgevers lijden al meer dan een jaar schade, we moeten stoppen met het vooruit schuiven van deze hete aardappel’, aldus ONL-voorzitter Hans Biesheuvel.

Belastingdienst gaat BTW-ondernemers afvoeren

De Belastingdienst heeft kenbaar gemaakt dat zij ondernemers een brief sturen, waarin zij aangeven dat deze ondernemers afgevoerd worden als BTW-ondernemer. Daarmee vervalt ook de aangifteplicht voor de omzetbelasting. De reden hiervoor is dat deze ondernemers al minimaal 1 jaar nihilaangiften hebben ingediend. Als het niet de bedoeling is dat de ondernemer moet worden afgevoerd, dan moet voor 10 oktober worden gereageerd.

Belastingdienst: Alleen handhaving wet DBA op evident kwaadwillenden

De Belastingdienst handhaaft bij de wet DBA alleen op evident kwaadwillenden. Andere ZZP’ers en opdrachtgevers hoeven zich in ieder geval tot 1 juli 2018 geen zorgen te maken over boetes of naheffingen. 

Vorig jaar nog gaf demissionair staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën aan dat de Belastingdienst, in de strijd tegen schijnzelfstandigheid van ZZP’ers, alleen zou optreden tegen een handvol ‘evident kwaadwillenden’. Het FD meldde vrijdag echter dat de fiscus dat begrip ruimer toepast en veel meer opdrachtgevers van ZZP’ers in het vizier heeft. Dit feit zou blijken uit twee interne memo’s van de fiscus die het ministerie van Financiën in augustus vrijgaf nadat een beroep was gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur.

Geen boetes en naheffingen

In een reactie schrijft de Belastingdienst dat ZZP’ers en opdrachtgevers, met uitzondering van kwaadwillenden, zich in ieder geval tot 1 juli 2018 geen zorgen hoeven te maken over boetes of naheffingen. ‘ZZP’ers en opdrachtgevers krijgen dus geen boetes of naheffingen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. In ieder geval krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers voldoende tijd om zich aan te passen.’

Evident kwaadwillenden

De Belastingdienst maakte voor het zomerreces bekend de opschorting van de handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) opnieuw te verlengen, tot in ieder geval 1 juli 2018. Het opschorten van de handhaving geldt niet bij kwaadwillend handelen; het opzettelijk creëren van een situatie van schijnzelfstandigheid, terwijl er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. De Belastingdienst heeft nu circa tien opdrachtgevers in het beeld die mogelijk hiertoe behoren.

De accountant als adviseur? Vergeet het maar.

Het gonst als jaren en de laatste tijd wordt het alleen maar sterker. De werkzaamheden van de accountant worden vervangen door Robotic Accounting. De accountant die lijdzaam toekijkt, bestaat niet meer over 5 jaar. We zoeken het in een vlucht naar voren: de accountant wordt adviseur! De trouwe huisvriend van iedere ondernemer die hem met raad en daad terzijde staat op het glibberige pad naar een meer winstgevende organisatie! 

Ik zie het niet gebeuren

Ik zie het niet gebeuren. Daar zijn verschillende redenen voor. De eerste zit in het DNA van de accountant en zijn medewerkers. Uitzonderingen daargelaten, staat de gemiddelde accountant of assistent niet te klappen als hij of zij in een free-style gesprek zichzelf mag verkopen als adviseur aan relaties. Dat is ook niet verwonderlijk, het is een compleet ander vak. Het gaat dus niet werken om je “weggeautomatiseerde” collega’s de weg op te sturen om lucratieve adviesopdrachten binnen te halen bij klanten. De ontwikkelingen in de afgelopen jaren tonen dat aan. Hoeveel accountantskantoren zijn er nu echt in geslaagd om de adviesomzet significant te laten stijgen ten opzichte van het meer traditionele werk?

Spectaculaire ommezwaai blijft uit

De tweede reden is een misvatting waar wij als softwareleveranciers mede schuldig aan zijn. We nemen de overbekende cijfers uit Balans en Winst-en-verliesrekening, maken er dit keer niet een cijferstaat maar een grafiek van en voilà: de perfecte basis voor een bloeiende adviespraktijk. Niet dus. Als Visionplanner leveren we al vele jaren prachtige dashboards aan accountants. Ook aan accountants die graag meer willen adviseren. Toch blijft ook hier de spectaculaire ommezwaai uit. Denk daar maar eens over na. De komende tijd zul je als accountants- of administratiekantoor nog vele prachtige, vernieuwende “adviesproducten” en “Advies Dashboards” toegeworpen krijgen.

Laat je niet gek maken

De derde reden waarom de accountant niet de ideale allround MKB-adviseur zal worden, ligt in de inhoud. Er komt meer kijken bij een bloeiende MKB organisatie dan alleen financiën. Hoeveel verstand heeft een accountant van marktwerking, prijsmodellen, concurrentie-analyse, productieprocessen, voorraadbeheer, etc? En moet je dat willen? Een accountant is geen succesvol autodealer en zal dat ook niet worden. Ook geen importeur van biologische verzorgingsproducten. Geen tuinder. Geen petrochemisch onderzoeker. Ga je toch op de stoel van de ondernemer zitten, dan speel je met je geloofwaardigheid.

Hoe dan wel?

Robotic Accounting is een onomkeerbare ontwikkeling. Hoe buig je dit om in je voordeel? Ik denk dat de sleutel ligt bij wat de accountant wél is: iemand die als geen ander de boekhouding van een bedrijf kan verwerken tot een betrouwbare weergave in balans en winst-en-verliesrekening. Iemand met verstand van financiële posities, die een balans kan lezen, die ziet wanneer de gezondheid van een organisatie in gevaar kan komen. Deze functies zullen niet zomaar worden weggeautomatiseerd. Interpreteren, met inachtneming van omgevingsfactoren en kennis van de klant, laten we niet graag over aan een computer. Mensenwerk. Daar ligt de toekomst van de accountant.

Concreet: je organisatie zodanig inrichten dat je voor je klanten steeds vaker en sneller (en uiteindelijk: continu) betrouwbare cijfers kunt leveren. Daar heeft de ondernemer behoefte aan. In de eerste plaats voor zijn cashflow en inzicht waar geld wordt verdiend of juist verloren. Maar ook voor verantwoording naar stakeholders. Voor het kunnen bijsturen richting meer rendement.
De accountant faciliteert een deugdelijke cijfermatige basis. Met een slimme blik en ondersteuning door intelligente software kan de accountant ook heel goed aandachtspunten naar boven halen. Maar laat het vervolgens maar aan de ondernemer om hiermee aan de slag te gaan.

Helemaal geen advies dus?

Nou ja, zo scherp ligt het ook weer niet. Want natuurlijk zijn er de “traditionele” adviesdiensten, over pensioenen, fiscale structuren, investeringen, financieringen etc. Dat is een thuiswedstrijd voor accountants- en administratiekantoren. En reken maar dat als je maandelijks in alle eenvoud zijn actuele financiële situatie aan je klant kunt voorlegt, dat die contacten leiden tot meer dienstverlening. Niet vanuit een wanhopige poging om relevant te blijven door je businessmodel om te gooien. Maar gewoon door professioneel en efficiënt je huidige werk te doen en zo aan je klant te bewijzen waar je écht goed in bent!

Hans Wijnveen is Hoofd Product Management Visionplanner

Aanpassing belastingstelsel knelpunt formatie

De formerende partijen komen nog niet uit de aanpassing van het belastingstelsel. De belastinghervorming is een van de knelpunten in de formatie. Dat melden Haagse bronnen aan het FD.

De afgelopen maanden is achter de schermen door de partijen gewerkt aan een plan voor de aanpassing en vereenvoudiging van het Nederlandse belastingstelsel. Zo zou onder meer de ‘vlaktaks’ op de onderhandelingstafel liggen, geïnitieerd door CDA en ChristenUnie. Beide partijen willen een algemeen tarief voor de inkomstenbelasting van om en nabij de 37%. Dit percentage zou voor 90% van de belastingplichtigen moeten gaan gelden. De overige 10%, de topinkomens, zouden in de tweede tariefschijf van 49% vallen. Keerzijde van de vlaktaks is dat er bepaalde aftrekposten aangepast zullen worden, zoals de hypotheekrente en de zelfstandigenaftrek.

Raad van Economische Adviseurs

Geluiden over een vlaktaks worden al langer gehoord. In de jaren 80 en 90 werden al meerdere malen voorstellen voor een basisinkomen gedaan. In 2015 adviseerde de Raad van Economische Adviseurs (REA), een onafhankelijke raad ten dienste van de Tweede Kamer, te streven naar een belastingstelsel met een brede grondslag, alsmede één laag en uniform tarief. De REA adviseerde een tarief van 44%, met de kanttekening dat dit tarief eigenlijk nog te hoog was. Om het tarief omlaag te krijgen, stelde de raad voor om geleidelijk het inkomen van 65-plussers bij de heffingsgrondslag te betrekken en de hypotheekrenteaftrekregeling aan te passen. Tevens gaf de REA als mogelijkheid om de hypotheekschuld als een aftrekpost in box 3 onder te brengen.

Tweede Kamer stemt in met verlenging verjaringstermijn klacht Accountantskamer

De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met een voorstel van de VVD en PvdA om de verjaringstermijn voor het indienen van een klacht bij de Accountantskamer te verlengen van 6 naar 10 jaar.

Verlenging van de termijn is volgens de partijen gewenst, omdat het soms lang duurt voordat financiële fraude of misleiding aan het licht komt.

Als de Eerste Kamer ook instemt met het voorstel -wat wordt verwacht- gaat de termijn van 10 jaar vanaf 1 juli 2018 gelden.

Vlaktaks serieuze optie bij formatie

VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, de partijen die aan de formatietafel zitten, zijn voorstander van een eenvoudiger belastingstelsel. Ze praten serieus over de invoering van een vlaktaks, één belastingtarief voor de meeste inkomens. Er liggen verschillende varianten op tafel, meldt RTL Nieuws.

Nu zijn er vier belastingschijven, variërend van 36,55 procent voor de laagste inkomens tot 52 procent voor de rijksten. Bij invoering van een vlaktaks worden de eerste drie belastingschijven samengevoegd tot één – lager – tarief van bijvoorbeeld 35 procent. Alleen de allerhoogste inkomens zouden dan een hoger tarief betalen. Vooral voor de middeninkomens pakt een dergelijke vereenvoudiging goed uit. De meeste mensen vallen in de tweede of derde belastingschijf van 40,8 procent. De formerende partijen benadrukten afgelopen maanden al dat juist de middeninkomens komende jaren moeten gaan merken dat het beter gaat. Keerzijde van de invoering van de vlaktaks is wel dat ook de hypotheekrenteaftrek voor veel mensen omlaag zal gaan.

Hypotheekrenteaftrek dient na scheiding niet voor levensonderhoud

De (volledige) betaling van de hypotheekrente is gekoppeld aan het recht van de achterblijver om in de woning te mogen wonen en dient niet tot voorziening in het levensonderhoud van de ex-partner. De achterblijver heeft in dit geval dus alleen recht op 50% hypotheekrenteaftrek, oordeelt Hof Den Bosch.

De uitspraak heeft betrekking op een echtpaar dat in het jaar 2008 uit elkaar ging. Ze waren in 2011 en 2012 ieder voor de helft eigenaar van een woning. De ex-partner verliet de woning definitief in 2008 en liet zichzelf en hun gezamenlijke kind uitschrijven op het woonadres. Belanghebbende had tot dan toe 100% van de in 2011 en 2012 verschuldigde hypotheekrente (jaarlijks € 8.831) betaald. In de aangiften IB/PVV nam hij 100% van de betaalde hypotheekrente in aanmerking als aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning. Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV had de inspecteur 50% van de betaalde hypotheekrente niet in aftrek toegelaten.

Onderhoudsverplichting

Belanghebbende stelde dat hij dan 50% van de door hem betaalde hypotheekrente als een persoonsgebonden aftrek in verband met uitgaven voor een onderhoudsverplichting ten laste van het belastbaar inkomen uit werk en woning kon brengen. Door het betalen van de volledige hypotheekrente zou er volgens hem sprake zijn van een in rechte vorderbare periodieke uitkering. En die berust op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud van zijn ex-echtgenote en hun kind.

Woonrecht

Het hof was van oordeel dat de inhoud van de door belanghebbende overgelegde overeenkomst een dergelijke aftrek belette. De (volledige) betaling van de hypotheekrente was namelijk verbonden aan het recht van belanghebbende om in de woning te mogen blijven wonen. Die diende niet tot voorziening in het levensonderhoud van zijn ex-echtgenote. Geen extra aftrek dus voor belanghebbende.