Terechte naheffing voor privégebruik van bestelauto met dubbele cabine

Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat de auto ter beschikking is gesteld aan de heer Y. Vast staat namelijk dat de auto daadwerkelijk door hem is gebruikt en dat hij – alleen al door zijn rol als dga – het in de hand had wie als bestuurder van de auto fungeerde en op welke wijze van de auto gebruik werd gemaakt. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Belanghebbende, X bv, exploiteert een (groot)handel in textiel. De heer Y is haar directeur-grootaandeelhouder. Vanaf 19 november 2012 staat een bestelauto met dubbele cabine op naam van X bv. In 2014 vindt een boekenonderzoek plaats naar onder meer het privégebruik van deze auto. In geschil is de naheffingsaanslag loonheffing, alsmede de vergrijpboete van € 9.862. Volgens Rechtbank Noord-Holland is het niet geloofwaardig dat Y – in weerwil van zijn verklaring tijdens het boekenonderzoek – thans weerspreekt dat hij de auto ’s avonds mee naar huis neemt. De boete wordt wel verlaagd tot € 6.164 (25%). X bv gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam (MK IV, 29 augustus 2017, 16/00563, V-N 2017/58.1.1) oordeelt dat de auto ter beschikking is gesteld aan Y. Vast staat namelijk dat de auto daadwerkelijk door hem is gebruikt en dat hij – alleen al door zijn rol als dga – het in de hand had wie als bestuurder van de auto fungeerde en op welke wijze van de auto gebruik werd gemaakt. Uit de terbeschikkingstelling volgt het vermoeden van privégebruik. X bv toont niet overtuigend aan dat de auto voor niet meer dan 500 km privé is gebruikt. De reconstructie achteraf van de gereden km’s heeft bovendien betrekking op een andere periode dan het tijdvak van naheffing. De boete vervalt wegens het ontbreken van grove schuld. De Wet LB 1964 schrijft namelijk niet specifiek voor hoe de mate van privégebruik moet worden bewezen. Voorts is op basis van de km-reconstructie en de toelichting hierop van Y niet op voorhand uit te sluiten dat Y – en degenen die met zijn toestemming de auto hebben gebruikt – niet meer dan 500 km privé gereden heeft. Het beroep van X bv is deels gegrond.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Trapkar en tandems vallen onder hoog btw-tarief

Verhuur van trapkarren, tandems, fietsen en steppen moet anders belast worden dan andere activiteiten in een recreatiepark. Tot dat oordeel komt het gerechtshof in Den Haag in navolging van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De uitspraak werd gedaan in een zaak die de exploitant van een recreatiepark had aangespannen tegen de Belastingdienst. 

Bezoekers in het recreatiepark kunnen tegen een vergoeding onder anderen aan midgetgolf en jeu de boules doen. Bovendien worden verschillende soorten voertuigen verhuurd: gewone fietsen, tandems, trapkarren, steppen en skelters. De zaak tussen de exploitant van het recreatiepark en de fiscus draaide om de uitleg van het begrip ‘toegang verlenen tot’. De vraag was of de vergoeding die wordt betaald voor de huur van de voertuigen moet worden beschouwd als vergoeding voor het verlenen van toegang tot het recreatiepark of niet. In dat geval zou namelijk het verlaagde tarief van toepassing zijn.

De ondernemer had een ruimere uitleg van het begrip dan de Belastingdienst. Het begrip ‘toegang verlenen tot’ moet strikt worden uitgelegd, oordeelt het gerechtshof. De verhuur van voertuigen valt niet binnen de gebruikelijke betekenis van het begrip ‘toegang verlenen tot’ en is daarom terecht onder het hoge tarief geschaard.

Afkoop pensioen in eigen beheer levert ruim miljard meer op dan begroot

In 2017 hebben zo’n 70.000 dga’s gebruik gemaakt van de fiscale faciliteiten met betrekking tot het uitfaseren van pensioen in eigen beheer. Bijna 40% koos voor omzetting in een oudedagsverplichting. 60% koos voor afkoop. Dit heeft staatssecretaris Snel van Financiën aan de Tweede Kamer laten weten.

De opbrengst van loonheffing van deze afkoop door deze dga’s bedraagt circa € 3,3 miljard. Dit is hoger dan het voor 2017 verwachte bedrag van € 2,1 miljard. De voor 2018 en 2019 verwachte bedragen blijven ongewijzigd.

De staatssecretaris is van plan toelatingsexamens die toegang geven tot, en tussentijdse examens in het kader van vrijgesteld onderwijs, vrij te stellen van btw. Hiervoor gelden dan dezelfde voorwaarden als voor examens ter afsluiting van datzelfde vrijgestelde onderwijs.

Daarnaast meldt de staatssecretaris de Kamer dat de in de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 opgenomen inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting voor overheidsondernemingen, niet wordt ingevoerd.

Verder gaat de staatssecretaris onder andere in op bedrijfsopvolgingsregeling, het verschil in belastingdruk tussen een- en tweeverdieners, de rendementspercentages in box 3 en de beslagvrije voet.

Internetconsultatie vervangen kleine ondernemingsregeling door nieuwe regeling

Het kabinet stelt voor om per 1 januari 2020 de huidige kleineondernemingsregeling (KOR) in de Wet OB 1968 te moderniseren door de introductie van een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting (OVOB). Het Ministerie van Financiën heeft het conceptwetsvoorstel ter internetconsultatie vrijgegeven.

De facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling moet de heffing van btw bij ondernemers met een geringe omzet een stuk eenvoudiger maken. Handmatige (her)berekeningen, die noodzakelijk zijn voor toepassing van de degressieve vermindering in de KOR, vervallen.

De kern van de OVOB is dat een ondernemer, die onder de omzetgrens blijft en ervoor kiest om de OVOB toe te passen, geen btw in rekening brengt aan zijn afnemers. Hij kan de btw die andere ondernemers hem in rekening brengen niet in aftrek brengen. Ondernemers die voor de OVOB kiezen, zijn als hoofdregel ontheven van het doen van btw-aangifte en de daarbij horende administratieve verplichtingen met betrekking tot de door hen verrichte goederenleveringen en diensten in Nederland. Dit geldt ook voor intracommunautaire leveringen die deze ondernemer verricht, waarbij de plaats van levering in Nederland ligt. Ondernemers die de OVOB niet (kunnen) toepassen, doen op reguliere wijze btw-aangifte. De mogelijkheid tot het doen van jaaraangifte in de btw vervalt.

Belanghebbenden kunnen tot 1 mei 2018 op het conceptwetsvoorstel reageren.