Definitieve berekeningen LIV verstuurd

De Belastingdienst heeft alle definitieve berekeningen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) verstuurd. Wie nog geen definitieve berekening heeft ontvangen, heeft ook geen recht op het LIV.

De laatste beschikkingen zijn op 21 juli op de mat gevallen, meldt de fiscus. “Hebt u op 21 juli nog geen definitieve berekening gehad, terwijl u eerder wel een voorlopige berekening hebt gekregen? Dan had u toch geen recht op het LIV.” Als uit de definitieve berekening is gebleken dat de werkgever geen recht heeft op het LIV, ontvangt die daarover binnenkort nog wel een brief. Die valt uiterlijk op 31 juli op de deurmat. Wie toch denkt recht te hebben op het lage-inkomensvoordeel, kan contact opnemen met het belastingkantoor. Bezwaar is niet mogelijk.

Kleine 100.000 werkgevers

Eerder kregen circa 94.000 werkgevers van UWV een voorlopige berekening van het LIV 2017. Daarin stond voor welke werknemers werkgevers recht hebben op het LIV en het bedrag dat ze krijgen. De berekening is gebaseerd op de aangiften loonheffingen en correcties over 2017 die tot en met 31 januari 2018 zijn gedaan. Werkgevers kunnen aanspraak maken op het voordeel voor werknemers met een gemiddeld uurloon van minimaal € 9,82 en maximaal € 12,29.

Snel wil nieuw nummersystematiek voor btw-identificatienummer

Staatssecretaris Snel van Financiën onderschrijft de conclusies van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over het gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer. De AP constateert onder meer dat het BSN een vertrouwelijk persoonsnummer is dat primair dient voor communicatie tussen overheid en burger. Snel zet zich sterk in voor een alternatief en is op zoek naar een haalbare variant.

Gelet op bevindingen uit onderzoeken die zijn en worden uitgevoerd, ligt de oplossing niet binnen handbereik. Een nieuw nummersystematiek kan niet voor de door AP gecommuniceerde datum van 1 januari 2019 gerealiseerd worden. De bewindsman zal daarover in gesprek gaan met de AP, om te bezien of ruimte bestaat voor een overgangsperiode voor realisatie van een nieuwe systematiek.

De Belastingdienst heeft de afgelopen maanden alle denkbare varianten nog eens op een rij gezet en beoordeeld op haalbaarheid. In september start een commissie van deskundigen op het gebied van ICT, fiscaliteit en privacy om de inschatting van de Belastingdienst te valideren. Voor het einde van het jaar zal Snel uitsluitsel geven over de te zetten vervolgstappen.

Belastingvoordeel bij duurzame dakrenovaties

Dakrenovaties komen dankzij de steeds duurzamere dakbedekkingsmaterialen in aanmerking voor investeringsaftrek. Deze materialen zijn namelijk toegevoegd aan de milieulijst 2018.

Er zijn drie investeringsregelingen waar men aanspraak op kan maken bij een dakrenovatie en/of –verduurzaming: Regeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil); Regeling Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Energie-investeringsaftrek (EIA)

MIA\Vamil

De MIA en de Vamil maken het investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk. Denk voor wat betreft het dak aan duurzame dakbedekking, waterberging of groendaken. Daarnaast stimuleert de EIA investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen, zoals dakisolatie: PIR, EPS, steenwol etc.

De Vamil biedt de mogelijkheid 75% van een investering op een willekeurig moment af te schrijven. Voor Vamil is in 2018 een budget van €40 miljoen beschikbaar. Dankzij de MIA kan men profiteren van een extra aftrekmogelijkheid van de fiscale winst; bovenop de andere fiscale aftrekmogelijkheden zoals de willekeurige afschrijving. Men mag 13,5%, 27% of 36% van het investeringsbedrag extra ten laste brengen op de winst over het kalenderjaar waarin het bedrijfsmiddel is aangeschaft. Voor MIA is in 2018 een budget van € 99 miljoen beschikbaar.

Welke dakbedekkingsmiddelen komen in aanmerking komen voor MIA\Vamil en staan op de Milieulijst 2018?

1. Duurzame eenlaags bitumen dakbedekking

Een beloopbare eenlaags bitumen dakbedekking, die wordt toegepast als duurzaam alternatief voor de gebruikelijke tweelaags daksystemen. Hij moet mechanisch bevestigd zijn en gelast met warme lucht. Er mag geen zand, grind of leislag in de dakbedekking zitten. Ook moet de producent gegarandeerd aan het einde van de levensduur de dakbedekking innemen en zorgdragen voor volledige recycling tot herbruikbare grondstoffen voor nieuwe dakbedekking.

2. Vegetatiedak

Een pakket van waterbufferende lagen met vegetatie die de dakconstructie van een bedrijfsgebouw afdekken en isoleren. Dit groendak heeft diverse functiemogelijkheden, zoals het voorkomen van overlast of overbelasting van het riool door regenwater, het zuiveren van de buitenlucht of het bevorderen van broed- en foerageergelegenheid voor dieren.

3. Waterbuffering en waterberging op daken

Het gaat hier om voorzieningen voor het opvangen en bufferen van regenwater tijdens hevige regenval ter vermindering van wateroverlast of overbelasting van het riool.

Energieinvesteringsaftrek

Daarnaast is ook nog Energieinvesteringsaftrek mogelijk bij dakrenovaties. Met EIA kan men 54,5% van de investeringskosten van energiebesparende bedrijfsmiddelen aftrekken van de fiscale winst, bovenop de gebruikelijke afschrijving. Daardoor betaalt men minder inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.

Het betreft alleen verbeteringen van de isolatie van bestaande bedrijfsgebouwen en de som van de warmteweerstand van het dak, moet met ten minste 2,00 m2 K/W toenemen t.o.v. de oude situatie. Er wordt voor de hoogte van de investeringsaftrek onderscheid gemaakt tussen “gewoon” na-isoleren en na-isoleren met dakisolatiemateriaal gecombineerd met witte dakbedekking. Kijk hier voor meer informatie over de voorwaarden.

Toename import gebruikte auto’s leidt tot uitvoeringsproblemen Belastingdienst

De Staatssecretaris van Financiën stelt vast dat steeds meer Nederlanders een gebruikte auto uit Duitsland importeren. Dit past volgens hem ook bij een Europese vrije markt en een aantrekkende economie.

De staatssecretaris wijst er echter op dat er ook negatieve effecten aan kleven. Volgens hem manipuleert een groeiend aantal taxateurs en belastingadviseurs de regels doelbewust om minder belasting te betalen. De Belastingdienst heeft onvoldoende capaciteit om dit goed te kunnen controleren. Om de negatieve effecten te bestrijden stelt de staatssecretaris vier oplossingen voor. De eerste is het verbeteren van het taxatieproces. Verder wil de staatssecretaris de praktijk waarin massaal bezwaar- en beroepsprocedures worden gevoerd afremmen en de eigenaren van gebruikte auto’s beter informeren, omdat zij niet altijd weten dat namens hen een bezwaar- en beroepsschriftprocedure wordt gevoerd. Als laatste wil hij inzichtelijk maken welke fiscale afschrijving bij een auto is toegepast, zodat de koper vooraf weet of er sprake is van een auto met schade. Hier wordt de markt volgens de staatssecretaris opener en transparanter van.

Autoriteit Persoonsgegevens: Belastingdienst mag burgerservicenummer niet gebruiken in btw-nummer zzp’ers

De Belastingdienst heeft geen wettelijke basis om het burgerservicenummer (BSN) te gebruiken in het btw-identificatienummer van zelfstandigen met een eenmanszaak. Dit blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De Belastingdienst moet de geconstateerde overtredingen zo snel mogelijk beëindigen. Gebeurt dat niet, dan kan de AP handhavende maatregelen treffen.

Het BSN is een wettelijk identificatienummer om de communicatie tussen overheid en burgers te vergemakkelijken. Burgers kunnen met hun BSN bij elk loket van de overheid terecht. Het voordeel van een BSN is dat burgers hun persoonsgegevens niet bij elke overheidsorganisatie steeds opnieuw hoeven aan te leveren. Dit maakt het tegelijk kwetsbaar: als het BSN in kwaadwillende handen valt, kan het mogelijk leiden tot identiteitsfraude. Een kwaadwillende kan met de persoonsgegevens van een ander bijvoorbeeld een auto huren en daarmee schade veroorzaken. Zelfstandigen met een eenmanszaak kunnen hun BSN niet beschermen. Zij zijn verplicht hun BSN kenbaar te maken omdat het BSN een onderdeel vormt van hun btw-identificatienummer.

Op 13 juni 2017 heeft de AP aangekondigd dat zij ambtshalve een onderzoek is gestart bij de Belastingdienst. Het onderzoek richtte zich op het vaststellen of er een wettelijke grondslag is voor het gebruik van het BSN in btw-identificatienummers van zelfstandigen met een eenmanszaak (veelal zzp’ers) door de Belastingdienst. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het gebruik van het BSN in btw-identificatienummers van zelfstandigen met een eenmanszaak door de Belastingdienst in strijd is met artikel 46 van de AVG. De verwerking is voorts in strijd met artikel 5, eerste lid, onder a van de AVG en artikel 6, eerste lid, van de AVG.

Btw skybox aftrekken voor medewerkers mag, maar alleen met klanten

De kosten van een skybox voor eigen medewerkers zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Het personeel mag niet voor de eigen lol in de businesslounge zitten, maar het bezoek moet primair het bedrijfsbelang dienen. Dat heeft de Hoge Raad in cassatie bepaald, naar aanleiding van een zaak van een interieurbouwer, die zitplaatsen huurde met catering.

Een projectleider van het bedrijf en zijn broer gebruikten de zitplaatsen als zij met (potentiële) klanten een wedstrijd bezochten. Zij maakten geen gebruik van de plekken als er geen zakenrelaties mee gingen. Als zij zelf niet konden, mochten zakenrelaties soms profiteren van het voordeeltje. De BV trok alle btw over de huur van de zitplaatsen af. De inspecteur vond dat niet kunnen en hield vol dat de zitplaatsen zijn gebruikt als relatiegeschenk of als personeelsvoorziening. Ook  Hof Den Bosch bestempelde de terbeschikkingstelling van de zitplaatsen aan de broers als het geven van gelegenheid tot ontspanning van personeel. Voor dit gebruik bestaat geen recht op aftrek voorbelasting.

Gebruikelijke praktijken

Volgens de Hoge Raad is alleen sprake van een personeelsvoorziening die de aftrek van voorbelasting verhindert als de terbeschikkingstelling behoort tot de gebruikelijke praktijken van de werkgever om het personeel te paaien. Dit had het Hof niet onderzocht. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat niet per se sprake is van het geven van gelegenheid tot ontspanning aan personeel als de werknemers zakenrelaties moeten meenemen en verwijst de zaak door naar Hof Arnhem Leeuwarden.