Fiscus wijst op nieuwe regels Wwft

De onderzoeks- en meldplicht voor kopers en verkopers van goederen is verruimd

  • Zij moeten altijd onderzoek doen naar hun cliënten wanneer die € 10.000 of meer contant betalen. Dit was € 15.000 of meer.
  • Zij moeten transacties melden wanneer zij € 10.000 of meer in contant geld ontvangen, én er een reden is om te vermoeden dat een transactie te maken heeft met witwassen of financieren van terrorisme.
  • Zij moeten transacties altijd melden wanneer zij € 20.000 of meer in contant geld ontvangen. Dit was € 25.000 of meer.
  • Deze regels gelden niet alleen bij de verkoop van goederen, maar ook bij in- en aankoop.

Ook voor bemiddelaars is de meldplicht verruimd

  • Makelaars en bemiddelaars in onroerende zaken moeten transacties van € 10.000 of meer melden. Dit was € 15.000 of meer.
  • Bemiddelaars bij de koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen moeten transacties melden wanneer zij € 20.000 of meer in contant geld ontvangen. Dit was € 25.000 of meer.
  • Pandhuizen moeten transacties melden wanneer zij € 20.000 of meer betalen voor goederen die aan hen verpand worden. Ook dit was € 25.000 of meer.

Er is een lijst met risicolanden

De EU heeft een lijst met risicolanden opgesteld. Staat een land op deze lijst, dan moet iedere transactie met dat land worden gemeld bij de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU-Nederland). De lijst staat op de website van de Europese Commissie.

Bewaarplicht bewijsstukken is specifieker omschreven

  • Als een instelling een transactie meldde bij de FIU-Nederland, moest zij daarvan al bewijsstukken bewaren. Deze verplichting is nu specifieker gemaakt in artikel 34 van de nieuwe Wwft.
  • De Algemene verordening gegegevensbescherming (AVG) heeft géén gevolgen voor de bewaartermijnen die de Wwft noemt. Hierover staat meer op de website van de FIU-Nederland.

De Belastingdienst gaat de komende tijd de leidraden Wwft herschrijven. Uiterlijk 1 november 2018 staan alle herschreven leidraden op de website van de Belastingdienst.

Verlaag het AB-tarief in 2019

In het regeerakkoord is afgesproken dat het VPB-tarief de komende jaren daalt naar 16% over de eerste € 200.000 en 21% over de winst daarboven. Dit ter versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland. In samenhang daarmee wordt het tarief in de inkomstenbelasting voor houders van een aanmerkelijk belang, het AB-tarief, de komende jaren verhoogd van 25% naar 28,5%. Daarmee blijft de gecombineerde druk VPB/AB voor de DGA (vrijwel) gelijk aan de huidige druk van maximaal 43,75%. Voor winsten die na 2019 pas uitgekeerd worden, dreigt echter een mismatch van tarieven die leidt tot een lastenverzwaring voor de DGA. Verlaging van het AB-tarief in het komende jaar voorkomt deze lastenverzwaring op eenvoudige wijze.

Tariefneutraal, of toch niet?

De daling van het VPB-tarief en de verhoging van het AB-tarief lijkt op het eerste gezicht een maatregel die voor het MKB neutraal uitwerkt. Er schuilt zelfs een (liquiditeit)voordeel voor het MKB in de tariefwijziging, vanwege de initieel lagere VPB. So far, so good, zou je denken. Echter, de tariefneutraliteit die wordt beoogd, wordt niet gerealiseerd voor winsten tot en met 2018 die niet uiterlijk in 2019 zijn uitgekeerd. Over die winsten is immers het huidige tarief van 20/25% VPB betaald, terwijl vanaf 2020 een hoger AB-tarief zal gelden op het moment dat die winsten alsnog worden uitgekeerd.i Die winsten worden in de nieuwe plannen uiteindelijk beclaimd met 28,5% in plaats van de huidige 25%. Concreet kost deze “tariefneutrale” ingreep de DGA dus 3,5% van zijn fiscale vermogen in de bv.

Overgangsrecht

Deze verhoogde belastingdruk op gerealiseerde, maar nog niet uitgekeerde winsten, kan voorkomen worden door het voorzien in overgangsrecht. Het overgangsrecht zou er dan voor moeten zorgen, dat voor per ultimo 2019 gerealiseerde winsten het huidige AB-tarief van 25% blijft gelden, ook al vindt de dividenduitkering na 2019 plaats. Menno Snel, staatssecretaris van Financiën, heeft in een brief van 9 mei 2018 echter aangegeven niet voornemens te zijn in dat overgangsrecht te voorzien. De motivatie in de brief is uiterst twijfelachtig. In feite wordt gesuggereerd dat de DGA een vrije keuze heeft de winsten al dan niet uit te keren. De DGA zou het dan zelf in de hand hebben om dit dreigende nadeel te voorkomen door uiterlijk in 2019 het gehele eigen vermogen van zijn bv als dividend uit te keren. Uiteraard is dat een illusie. Denk alleen al aan de eisen die financiers stellen aan de omvang van het vermogen, vermogen dat vast zit in bedrijfsmiddelen, uitkeringstesten die niet altijd worden doorstaan, etc.

Robuust fiscaal systeem

Ondanks de slechte argumentatie van het afzien van overgangsrecht, kan ik me in het uiteindelijke besluit wel vinden. Immers, een overgangsmaatregel zou leiden tot een enorme administratieve lastenverzwaring aan zowel de kant van de belastingdienst als de kant van de DGA. Zo zou bij een uitkering in 2025 nog moeten worden aangetoond dat die plaatsvindt vanuit winsten die reeds voor 2020 zijn gemaakt. Tevens zullen de nodige discussies ontstaan en rechtszaken worden gevoerd over de vaststelling van de omvang van het fiscale vermogen per ultimo 2019. Persoonlijk ben ik voorstander van een robuust fiscaal systeem, waarin dergelijke administratieve lasten en potentiële discussies zoveel mogelijk vermeden moeten worden.

Verlaging AB-tarief

Maar hoe dan wel om te gaan met de (zoveelste) lastenverzwaring voor de DGA? Ik zie een heel eenvoudige oplossing; verlaag voor het jaar 2019 tijdelijk het AB-tarief van 25% naar 22%. Hiermee krijgen DGA’s de mogelijkheid om hun tot en met 2019 gerealiseerde winsten tegen een tarief uit te keren dat 3% lager is dan het huidige. Voor zover van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt, geniet de DGA van een voordeel van 3%. Voor zover de winsten niet (kunnen) worden uitgekeerd, blijft het nadeel van de extra belastingdruk van 3,5% bestaan. Met een dergelijke maatregel zal geen volledige compensatie plaats vinden, maar een deel van de angel van deze wetswijziging wordt er voor de DGA wel uit gehaald. Op deze wijze wordt voorkomen dat de DGA opnieuw de rekening betaalt voor de fiscale incentives die aan het internationale grootbedrijf worden gegeven. Ingewikkeld overgangsrecht wordt voorkomen, terwijl de DGA de naderende lastenverhoging nog enigszins kan beperken.

‘Aanslagen erfbelasting nog steeds vol fouten’

De Belastingdienst heeft nog steeds problemen met het tijdig en juist versturen van aanslagen erfbelasting, ervaren notarissen. Met name de kwaliteit van de aanslagen is onder de maat, bericht Nieuwsuur na een rondje langs het notariswezen.

Door onder meer ICT-problemen kampt de fiscus al een tijdje met een achterstand in het innen van de erfbelasting. Afgelopen zomer zijn 150 extra medewerkers ingezet om de achterstand weg te werken. De werkvoorraad is daarvoor teruggelopen van ruim 22.500 naar een kleine 11.000. Volgens staatssecretaris Snel (Financiën) is de achterstand nog dit jaar ingelopen. Volgens Nieuwsuur laat de kwaliteit van de aanslagen nog altijd veel te wensen over. “De postbode komt met een dikke stapel enveloppen, maar ik heb de indruk dat de kwaliteit te wensen over laat”, zegt notaris Geertje Dantuma. Een andere notaris prijs het enthousiasme, “maar het zou wel fijn zijn als ze mensen aannemen die kunnen lezen en schrijven”. Veel aanslagen zullen tot bezwaar leiden, waardoor de werkvoorraad weer stevig oploopt. Beroepsorganisatie KNB zegt de signalen te herkennen, maar nog geen onderzoek te hebben gedaan.

Financiën herkent de kritiek niet: “De afgelopen twee maanden zijn meer twintigduizend aangiften erfbelasting verstuurd. Deze piek verklaart mogelijk het gevoel dat de kwaliteit van de aanslagen minder is. De Belastingdienst krijgt geen klachten zoals brieven, telefoontjes of bezwaren waaruit blijkt dat de kwaliteit van de aanslagen afneemt. Ook worden regelmatig steekproeven uitgevoerd. De resultaten hiervan laten geen kwaliteitsverschil zien.” Hoewel er geen belastinginkomsten zouden worden misgelopen, vrezen notarissen toch dat dat het geval is, bijvoorbeeld doordat erfgenamen vaak onterecht bericht krijgen dat ze geen aangifte hoeven te doen. “Als ik dan zie dat ook mensen met een vermogen van een miljoen zo’n briefje krijgen, dan denk ik: dat is niet goed. Mensen weten dan dat ze niet in de bestanden staan, en kiezen er dan soms voor om niet zelf alsnog aangifte te doen, omdat de pakkans klein is.”

De vereniging van erfrechtnotarissen EPN ziet ook dat er “ontzettend veel fouten gemaakt worden” bij het opleggen van aanslagen erfbelasting.