BTW-nieuws voor belastingplichtigen met zonnepanelen

De BTW-wetgeving met betrekking tot zonnepanelen blijft veranderlijk. Dit blijkt ook weer uit de set vragen en antwoorden over BTW-heffing bij particulieren, die het ministerie van Financiën op 5 september jl. heeft geactualiseerd.Ten opzichte van de vorige versie (4 april 2018) is verduidelijkt dat zonnepanelen niet tot méér BTW-aftrek op de bouwkosten van woningen zouden leiden. Wel blijkt uit recente jurisprudentie dat zonnepanelen ook financieel interessant zijn voor niet-aftrekgerechtigde instellingen, zoals onderwijsinstellingen.

De set vragen en antwoorden van 5 september over BTW-heffing bij ‘particulieren’ met zonnepanelen heeft een opvallende extra passage gekregen ten opzichte van de versie van 4 april 2018:

“Bij een verzoek om teruggaaf van de aanschaf-BTW, dient u in dezelfde aangifte de verschuldigde BTW over de opgewekte stroom aan te geven (zie ook vraag 8). De BTW op andere kosten dan die van aanschaf en installatie van de zonnepanelen houdt naar de mening van de Belastingdienst geen verband met de BTW-belaste leveringen aan het energiebedrijf en is in dat kader niet aftrekbaar.”

Deze passage zal zijn opgenomen naar aanleiding van het argument dat een deel van de BTW op de bouwkosten van woningen aftrekbaar is door de zonnepanelen.

Zonnepanelen geven dak extra zakelijke functie

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat een deel van het dak een extra zakelijke functie heeft verkregen door de bevestiging van zonnepanelen en ook wordt gebruikt voor de ondersteuning van de zonnepanelen (uitspraak van 28 november 2017, nr. 16/01522). Het zakelijke gebruik van de woning is dus toegenomen, waardoor het privégebruik van de woning is verminderd. De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen naar aanleiding van de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, Wet RO en heeft de uitspraak van het hof daarmee in stand gelaten (arrest van 27 september 2019, nr. 18/00087).

De uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden had betrekking op wetgeving, die gold voor 1 januari 2011. Op basis van deze wetgeving bestond volledig recht op aftrek van BTW op de aanschafkosten van zonnepanelen, doordat het privégebruik van de woning werd gecorrigeerd aan de heffingskant. Dat wil zeggen dat belastingplichtigen BTW waren verschuldigd voor het privégebruik van hun woningen met zonnepanelen.

Niet méér BTW-aftrek op bouwkosten woningen door zonnepanelen

In een latere uitspraak van 7 mei 2019, nr. 18/00445, oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden over een tijdvak waarop vanaf 1 januari 2011 geldende wetgeving van toepassing is. Vanaf die datum wordt privégebruik van onroerende zaken gecorrigeerd aan de aftrekkant en niet meer aan de heffingskant. Hierdoor is de BTW op bouwkosten die toe te rekenen zijn aan het privégebruik van de woning meteen niet meer aftrekbaar. Als gevolg daarvan is dan ook geen BTW meer verschuldigd in verband met dit privégebruik.

In deze zaak is Hof Arnhem-Leeuwarden van oordeel dat er geen recht op aftrek van BTW bestaat, omdat een rechtstreeks en onmiddellijk verband zou ontbreken tussen de energielevering via de zonnepanelen en de aanschaf van het perceel en de bouw van de woning. Het hof lijkt daarvoor erg veel waarde te hechten aan het volgende aspect. Er is namelijk niet gesteld of gebleken dat de bouwkosten van de woning op enigerlei wijze rechtstreeks of als algemene kosten zijn verdisconteerd in de prijs die de energiemaatschappij betaalt voor de levering van elektriciteit. Op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie kan echter goed worden verdedigd dat door de zonnepanelen in ieder geval een deel van de BTW aftrekbaar is op de eventuele aanschafkosten van de grond en de bouwkosten van de woning. Tegen de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2019 is beroep in cassatie ingesteld.

Wat te doen in de praktijk?

Heeft het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2019 nu ook betekenis voor de laatstgenoemde uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2019? Er zijn aanknopingspunten te vinden voor een ‘ja’ als antwoord op deze vraag. De ervaring leert inmiddels echter dat de Belastingdienst het arrest van de Hoge Raad niet van toepassing acht op situaties waarop de wetgeving vanaf 1 januari 2011 van kracht is. Het blijft voor belastingplichtigen die woningen met zonnepanelen laten realiseren dan ook zaak om tijdig bezwaar te maken en – indien nodig – beroep in te stellen tot de Hoge Raad arrest heeft gewezen in de zaak waarop de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2019 betrekking heeft.

Andersoortig BTW-belast gebruik en BTW-aftrek bouwkosten

Niet alleen zonnepanelen kunnen leiden tot aftrek van BTW op de bouwkosten van woningen, maar ook andersoortig BTW-belast gebruik. Denk bijvoorbeeld aan het BTW-belast gebruik van een werkkamer of een garage. Het is voor belastingplichtigen die een nieuwe woning laten realiseren zeer interessant om te laten uitrekenen hoeveel BTW er kan worden bespaard!

Zonnepanelen financieel interessant voor niet-aftrekgerechtigde instellingen

Zonnepanelen bieden niet alleen BTW-kansen voor particulieren, maar ook voor niet-aftrekgerechtigde instellingen, zoals onderwijsinstellingen. Zo blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 3 september 2019. Daaruit volgt dat een onderwijsinstelling in het primair onderwijs de BTW op de aanschafkosten van zonnepanelen (€ 24.908) voor 70% (€ 17.436) in aftrek mocht brengen, terwijl zij per kwartaal slechts € 164 aan BTW is verschuldigd en daarmee € 656 per jaar. Dat betekent dat de in aftrek gebrachte BTW pas na ruim 26,5 jaar is terugbetaald via de jaarlijks verschuldigde BTW (afgezien van het financieringsvoordeel door de gespreide terugbetaling van de aftrekbare BTW). En dan is mogelijk een deel van de BTW op de kosten in verband met de nieuwbouw van een schoolgebouw ook nog eens aftrekbaar, waardoor het BTW-voordeel nog verder kan oplopen. Andere niet-aftrekgerechtigde instellingen waarvoor zonnepanelen BTW-kansen bieden, zijn bijvoorbeeld: zorginstellingen, woningcorporaties en stichtingen en verenigingen die (vrijwel) geen recht op aftrek van BTW hebben.

Vragen en antwoorden vanwege arrest HR geschrapt

Binnen de set vragen en antwoorden zijn ook enkele vragen en antwoorden geschrapt naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2017, nr. 15/05937. Uit dit arrest volgde dat particulieren die zonnepanelen hadden aangeschaft en nog niet als ondernemer waren geregistreerd, zich alsnog konden aanmelden bij de Belastingdienst en om uitreiking van een BTW-aangifte konden verzoeken. Daarbij was het niet relevant wanneer de zonnepanelen met BTW waren aangeschaft.

Aanmelden als BTW-ondernemer

De wetgever heeft per 1 januari 2019 artikel 3 van de Uitvoeringsregeling Awr aangepast. Particulieren moeten zich vanaf die datum – binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin zij de zonnepanelen met BTW hebben aangeschaft – aanmelden als BTW-ondernemer bij de Belastingdienst. Daarbij moeten zij verzoeken om uitreiking van een aangifte. De inspecteur reikt dan een BTW-aangifte uit voor het tijdvak van aanschaf van de zonnepanelen. De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Belastingplichtigen hebben hiermee hun rechten veiliggesteld om bezwaar te maken en indien nodig beroep in te dienen. Een later ingediend verzoek wordt als verzoek om ambtshalve teruggaaf in behandeling genomen, waartegen geen bezwaar en beroep openstaat. Door de wetswijziging zijn de vragen over de gevolgen van het eerder genoemde arrest van de Hoge Raad van 15 december 2017 achterhaald en daarom verwijderd uit de set vragen en antwoorden over BTW-heffing bij ‘particulieren’ met zonnepanelen van 5 september 2019.